Iedere werknemer loopt het risico om geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt te worden. Wanneer u arbeidsongeschikt raakt, gaat uw inkomen er in de meeste situaties fors op achteruit.
0228-511211
Mail ons
Hieronder kunt u lezen in welke gevallen u kunt rekenen op een WIA uitkering. In de meeste gevallen, zo zult u zien, gaat uw inkomen erop achteruit en soms krijgt u helemaal geen uitkering. Dit tekort op uw oorspronkelijke loon noemt men het WIA hiaat. De WIA hiaat werknemers (dit is de Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor werknemers) dekt dit tekort. Wij raden u aan om van te voren een goede inschatting te maken van wat de gevolgen zijn wanneer u arbeidsongeschikt raakt.
Naast de WIA hiaat werknemers verzekering kunt u aanvullend kiezen voor een verzekering die het WIA excedent dekt. Alle informatie hierover vindt u op de pagina WIA Excedent.
De hoogte van de WIA-uitkering hangt niet alleen af van de mate van arbeids(on)geschiktheid, maar ook van hoeveel een werknemer zelf nog kan verdienen. Er zijn drie mogelijkheden.
Wie minder dan 35% arbeidsongeschikt is, ontvangt geen uitkering. De werknemer kan in dit geval nog 65% of meer van z'n oude salaris verdienen. Samen met zijn werkgever moet de werknemer bezien hoe hij zijn resterende verdiencapaciteit het beste kan benutten. Dit kan zijn binnen het bedrijf of bijvoorbeeld bij een andere werkgever. Zowel de werknemer als de werkgever zijn hier verantwoordelijk voor.
Bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35% tot 80% volgt een WGA-uitkering (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). Ook als een werknemer meer dan 80% arbeidsongeschikt is en het is duidelijk dat dit niet duurzaam zal zijn, volgt een WGA-uitkering. Een werknemer die recht heeft op een WGA-uitkering kan dus zelf nog tussen de 20% en 65% van zijn oude salaris verdienen, of tijdelijk minder dan 20%. De WGA-uitkering wordt verstrekt voor een onbepaalde periode. Met enige regelmaat volgen herkeuringen door een UWV-arts. Afhankelijk van de bevindingen wordt gekeken welk recht de werknemer heeft. In theorie is het mogelijk dat de gezondheid zo achteruit is gegaan, dat men recht heeft op een IVA-uitkering (zie hierna). Een andere uitkomst is dat het bedrag dat volgens UWV zelf verdiend kan worden omhoog of omlaag gaat. Tot slot is het ook mogelijk dat de arts vaststelt dat de werknemer voldoende is hersteld en daardoor weer 65% of meer van zijn oude loon kan verdienen, waardoor hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. In dat geval wordt de WGA-uitkering stopgezet.
De WGA-uitkering kent drie varianten:
De Loongerelateerde uitkering
De Loonaanvullingsuitkering en
De Vervolguitkering
Loongerelateerde uitkering:
Om in aanmerking te komen voor de loongerelateerde uitkering moet de werknemer in de 36 weken voorafgaand aan de datum van ziekmelding minimaal 26 weken hebben gewerkt. De eerste twee maanden zal er een uitkering plaatsvinden van 75% van uw maandloon onder aftrek van eventuele inkomsten. De uitkering na deze periode bedraagt 70% van het verschil tussen het oude jaarloon (gemaximeerd op €50.065,02 in 2012) en het nieuwe loon. Om het totale inkomen te bepalen, wordt het nieuwe loon volledig bij de uitkering opgeteld. Deze loongerelateerde uitkering is tijdelijk. De duur van de loongerelateerde WGA-uitkering heeft een minimum van 3 en een maximum van 38 maanden. Indien u al voor 1 januari een loongerelateerde uitkering ontving, kunt u maximaal 5 jaar de uitkering ontvangen. De lengte waarop u recht heeft op een loongerelateerde uitkering hangt af van uw arbeidsverleden. Het arbeidsverleden wordt opgebouwd uit twee verschillende delen:
Deel 1 fictieve arbeidsverleden; bestaat uit alle jaren vanaf uw 18e levensjaar tot en met 1997.
Deel 2 feitelijk arbeidsverleden; Dit zijn de jaren waarin er daadwerkelijk arbeid is verricht vanaf 1998 tot het jaar waarin de WGA-uitkering ingaat. De jaren die u hiervoor mag meerekenen zijn de jaren waarin u minimaal 52 dagen loon heeft ontvangen. Tevens mag u de jaren waarin u voor uw kind zorgde, mantel zorg verleende of onbetaald verlof opnam meetellen tot het feitelijke arbeidsverleden.
Voor ieder volledig jaar arbeidsverleden zult u 1 maand loongerelateerde uitkering ontvangen.
Voorbeeld 1:
Het oude loon is € 80.000,-, maar dat wordt gemaximeerd op € 50.065,02 (2012).
Het nieuwe loon is € 20.000,-.
De loongerelateerde uitkering is 70% van (€ 50.065,02 -/- € 20.000,-) = € 21.045,51.
Het totale inkomen is dan € 41.045,51 (= € 20.000,- + € 21.045,51).
Voorbeeld 2:
Het oude loon is € 40.000,-. Het nieuwe loon is € 12.800,-.
De uitkering is 70% van (€ 40.000,- -/- € 12.800,-) = € 19.040,-.
Het totale inkomen is dan € 31.840,- (= € 12.800,- + € 19.040,-).
Loonaanvullings- of vervolguitkering
Na afloop van de loongerelateerde uitkering ontvangt men een loonaanvullings- of een vervolguitkering. Welke van de twee is afhankelijk van hoeveel de werknemer volgens UWV nog kan verdienen en hoeveel hij daarvan ook daadwerkelijk zelf verdient. Het credo is: hoe meer je zelf verdient, hoe meer je daarvan overhoudt. In de praktijk blijkt dit ook zeer zeker het geval, want het verschil tussen een loonaanvullingsuitkering (op basis van het oude loon) en een vervolguitkering (op basis van het minimumloon) is echt aanzienlijk.
Het is mogelijk dat een werknemer regelmatig wisselt tussen beide uitkeringen, want UWV zal maandelijks bekijken hoeveel de werknemer zelf heeft verdiend en hoe dat zich verhoudt tot het bedrag dat hij volgens UWV nog kan verdienen. Is de verhouding 50% of meer, dan heeft de werknemer recht op een loonaanvullingsuitkering. Is de verhouding minder dan 50%, dan wordt de veel lagere vervolguitkering betaald.
Voorbeelden loonaanvullingsuitkering: De loonaanvullingsuitkering bedraagt 70% van het verschil tussen het oude loon (gemaximeerd) van de werknemer en het salaris dat hij volgens UWV nog kan verdienen. De eigen verdiensten worden daarbij opgeteld.
Het oude loon was € 80.000,-.
Volgens UWV kan deze werknemer nog 30% daarvan zelf verdienen (is € 24.000,-).
De loonaanvullingsuitkering is 70% van het verschil tussen het oude loon, met een maximum van € 50.065,02 (2012) en het bedrag dat de werknemer nog kan verdienen volgens het UWV (de verdiencapaciteit).
De berekening is dan 70% van (€ 50.065,02 -/- € 24.000,-) = € 18.245,51.
Verdient deze werknemer b.v. zelf nog € 15.000,- (dus meer dan 50% van de verdiencapaciteit), dan is het totale inkomen € 33.245,51 (= € 18.245,51 + € 15.000,-).
Het oude loon was € 40.000,-. Volgens UWV kan deze persoon nog 40% (is € 16.000,-) zelf verdienen. De uitkering is 70% van (€ 40.000,- -/- € 16.000,-) = € 16.800,-. Als het nieuwe loon € 9.000,- is (dus meer dan 50% van de verdiencapaciteit), dan komt het totale inkomen op € 25.800,- (= € 16.800,- + € 9.000,-).
Voorbeelden vervolguitkering:
De vervolguitkering bedraagt een percentage van het minimumloon en wordt dus niet gebaseerd op het oude loon van de werknemer. Het percentage is daarbij ook nog afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. Hierdoor ontstaan grote verschillen ten opzichte van de loonaanvullingsuitkering, zoals u kunt zien in de onderstaande voorbeelden.
De werknemer verdiende € 80.000,- en is 50% arbeidsongeschikt. Volgens UWV kan hij daarom nog € 40.000,- verdienen. Als hij minder dan de helft daarvan verdient, is de vervolguitkering 35% (dit percentage hoort bij zijn percentage arbeidsongeschiktheid, dus hier 50% van 70%) van het minimumloon van € 17.359,20 (2012) = € 6.075,72.
De werknemer verdiende € 40.000,- en is 60% arbeidsongeschikt. Hij kan volgens UWV dus nog 40% van het oude salaris verdienen (is € 16.000,-). Hij verdient op dit moment minder dan de helft daarvan, dus minder dan € 8.000, waardoor hij een vervolguitkering krijgt. Bij dit arbeidsongeschiktheidspercentage van 60% hoort een uitkeringspercentage van 42% (= 60% van 70%) van het minimumloon.
De vervolguitkering bedraagt 42% van € 17.359,20 (2011) = € 7.290,86.
Bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% of meer - de werknemer kan zelf minder dan 20% van het oude loon verdienen - én de medische indicatie dat de situatie duurzaam is, ontvangt de werknemer een IVA-uitkering(Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten). Deze bedraagt 75% van het oude loon (gemaximeerd op € 50.065,02 in 2012), is maximaal bruto € 37.548,77 (2012) en duurt voort tot de verzekerde 65 jaar wordt. Afhankelijk van de situatie houdt UWV tussentijdse herkeuringen. In theorie is het mogelijk dat een IVA-uitkering wijzigt in een WGA-uitkering, bijvoorbeeld als herstel wordt geconstateerd en de situatie niet meer duurzaam is, of als door het herstel weer meer dan 20% van het oude salaris kan worden verdiend.
Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is een complex verzekeringsproduct. Schroom daarom niet wanneer u behoefte heeft aan meer informatie om contact op te nemen met onze klantenservice. Zij staan u graag te woord.