In januari 2006 is de WAO vervangen door de WIA (Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen). De WIA kijkt niet naar het percentage dat u niet kunt werken, maar naar het percentage dat u wél kunt werken. Dit heeft een aantal consequenties voor uw sociale uitkering.
0228-511211
Mail ons
Wanneer u arbeidsongeschikt raakt, is uw werkgever verplicht om u in de eerste twee jaar een uitkering te verschaffen op basis van uw laatstverdiende loon. Dit heet de ziektegelduitkering. In jaar 1 krijgt u 100% uitgekeerd, in jaar 2 wordt dit verlaagd naar 70% van uw laatstverdiende loon. In jaar drie wordt deze uitkering stopgezet, vanaf dan valt u onder de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). U krijgt een WIA uitkering mits u meer dan 35% arbeidsongeschikt blijkt te zijn.
Wanneer u dus meer dan 35% arbeidsongeschikt bent, krijgt u volgens de WIA een uitkering. Deze uitkering wordt gebaseerd op uw laatstverdiende loon. Het gedeelte dat men echter boven € 50.065,02 (voor 2011 het maximale loon binnen het WIA kader) verdiende, wordt niet door de sociale verzekeringswet vergoed. Dit bedrag raakt u dus kwijt. Dit noemt men het WIA excedent.
De WIA maakt onderscheid tussen enerzijds gedeeltelijk arbeidsgeschikt en anderzijds volledig en duurzaam arbeidsongeschikt, terwijl de WAO alleen een onderscheid kende tussen arbeidsongeschiktheidsklassen. Bij de WIA werkt u dus naar vermogen, naar het deel dat u nog arbeidsgeschikt bent.
Gedeeltelijk arbeidsgeschikten vallen onder de WGA en worden gestimuleerd zoveel mogelijk te werken in zoverre hun ziekte of beperking dat toelaat. De WGA biedt verschillende re-integratievoorzieningen en kent een financiële prikkel: meer werken is altijd lonend. In de eerste loongerelateerde fase bedraagt de WGA-uitkering 70% van het verschil tussen het laatstverdiende loon en het eventuele inkomen dat met werken wordt verdiend. In de fase daarna is er een loonaanvulling als men meer dan de helft van zijn resterende verdiencapaciteit verdient of een vervolguitkering als men minder dan de helft daarvan verdient. Met een loonaanvulling verdient men altijd meer dan met de vervolguitkering, deze is namelijk gerelateerd is aan het minimumloon.
Een gedeeltelijk arbeidsgeschikte in de WAO kon ook een WW-uitkering ontvangen; in de WIA zijn deze uitkeringen geïntegreerd in één loongerelateerde WGA-uitkering. De loongerelateerde WGA-uitkering is even hoog als de WAO- en WW-uitkering samen.
Volledig en duurzaam arbeidsongeschikten krijgen een IVA-uitkering. Het element 'duurzaam' kwam niet voor in de WAO. De IVA-uitkering bedraagt 75% van laatst verdiende loon (maximaal dagloon). Een IVA-uitkering kan ook eerder dan na twee jaar ziekte worden toegekend.
Indien het gezinsinkomen onder het sociaal minimum komt, is een toeslag mogelijk.
De ondergrens om in aanmerking te komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering is verhoogd van 15% arbeidsongeschikt naar 35%.
De re-integratievoorzieningen die voorheen waren opgenomen in de wet REA, zijn nu opgenomen in de WIA en zijn uitgebreid.
Het claimbeoordelingsproces in de WIA wordt strakker opgezet en gemonitoord en is daarom van hogere kwaliteit.
De regels die de mate van arbeidsongeschiktheid bepalen en die zijn opgenomen in het Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten, zijn verscherpt (deze gelden overigens ook voor WAO'ers onder de 50 jaar en voor de WAO-instroom vanaf oktober 2004).