In de drukte van het verkeer kunnen soms kleine en grote ongelukken ontstaan. De meeste kleine ongelukken kunt u gelukkig zelf voorkomen.
Vervoer uw kinderen in de auto altijd op de achterbank, kleine kinderen in een kinderstoeltje.
Controleer altijd of iedereen zijn / haar gordel om heeft
Laat kinderen tot 12 jaar alleen voorin zitten in een kinderstoeltje, doe het anders niet
Neem uw kinderen in de auto nooit op schoot, u kunt uw kind onmogelijk vasthouden bij een botsing
Vervoer uw baby altijd in een babyautostoeltje
Reist u langere tijd in de auto, bijvoorbeeld wanneer u op vakantie gaat? Zorg dan voor voldoende rust tussen de reis door. Stop zeker ieder uur een keertje en loop dan een rondje, doe wat rek- en strekoefeningen en doe af en toe eens een dutje. Hoe langer u achterelkaar reist in de auto, hoe groter de kans wordt dat u uw concentratie verliest en van de weg raakt
Reist u langere tijd in de auto met een baby? Stop dan regelmatig om uw baby wat bewegingsvrijheid te geven. Laat tijdens het rijden uw baby altijd in het babyautostoeltje zitten. Neem genoeg lange pauzes om uw kind te voeden en te verschonen. Neem een dekentje mee waarop uw kind tijdens de pauzes even op kan rondkruipen en spelen
Neem altijd voldoende drinkwater mee wanneer u met de auto reist. Ook tijdens het autorijden is het belangrijk dat u uw vochttoevoer op peil houdt
Stel uw autostoel, de spiegels en uw neksteun goed af op uw lichaam, zodat u zo weinig mogelijk last krijgt van stijve rug-, nek- en schouderspieren
Ga altijd met uw kind mee wanneer deze wil oversteken. Leer uw kind aan om goed naar links en rechts te kijken alvorens over te steken.
Draag op zonnige dagen tijdens het autorijden een zonnebril. Het felle zonlicht kan uw ogen verblinden
Controleer regelmatig of de luchtdruk van uw banden op het juiste niveau is. Wanneer u rijdt met te zachte banden, heeft u meer kans op een ongeluk