Navigatie Link overslaanStart » Over ons » Weblog » Weblog: PENSIOEN VAST en ZEKER??  

Weblog: PENSIOEN VAST en ZEKER??

donderdag 14 mei 2009

Het streven was misschien te mooi om waar te zijn. Als we met pensioen gaan moeten we ons uitgavenpatroon, dus onze levensstijl, kunnen handhaven. De geleerden hadden berekend dat daarvoor 70 procent van ons laatstverdiende loon voldoende zou zijn. En als je partner overlijdt dan vallen er weer kosten weg en kun je met 70 procent van die 70 procent, dus met 49 procent toe.

Uitgangspunten waren:

      1. Eindloon pensioenvoorziening.
          = pensioenaanvulling zodanig dat je samen met je AOW op 70 procent van je     
          laatstverdiende loon komt; 

      2. Geïndexeerde AOW en Pensioenregeling.
          = zorgt dat het inkomen na pensioennering waardevast is;

      3. Je hypotheek had een looptijd van 30 jaar en was op 65 jarige leeftijd afgelost.
          = geen hypotheeklasten meer, dus minder uitgaven;

      4. De eerste schijf (nu tot € 31.589,-) loon- en inkomstenbelasting Box 1 veel lager tarief.
          = ca. € 6.000,- netto meer op jaarbasis bij € 31.589 bruto inkomen;

      5. De pensioenleeftijd is 65 jaar of eerder met een goede VUT-regeling.

 

Hoe zeker zijn bovengenoemde uitgangspunten?

       1A. Al een aantal jaren wordt bij diverse bedrijven de eindloon pensioenregeling omgezet 
             in een middenloonregeling of een beschikbare premieregeling. In een aantal gevallen
             geheel of gedeeltelijk gebaseerd op rendementen uit aandelen. 
             = een vaak een (veel) lagere pensioenuitkering; 
       2A. Door de huidige financiële crisis vallen de beleggingsopbrengsten bij de 
             pensioenuitvoerders zwaar tegen en moeten er vaak forse verliezen geïncasseerd  
             worden. Om evengoed aan de toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen wordt 
             nu afgesproken om de indexatie van de pensioenen voor een bepaalde periode
             geheel of gedeeltelijk te laten vervallen.
             = hierdoor is het pensioen niet meer waardevast; 
       3A. De huizenprijzen stijgen al jaren en we willen allemaal in een zo mooi mogelijk huis  
             wonen. Daardoor nemen we een hypotheek waarbij een zo groot mogelijk deel 
             aflossingsvrij is om de hypotheeklasten evengoed te kunnen opbrengen. Aflossingsvrij
             wil wel zeggen dat de lasten ook nog doorlopen na 65 jaar. Verder is door de lage 
             premie veelal als aflossingspolis voor het andere hypotheekdeel gekozen voor 
             beleggingen. Bij tegenvallende rendementen uit aandelen zal de polis nog eens 
             minder kunnen aflossen dan begroot. 
             = na je 65 jarige leeftijd blijft nog een flink deel hypotheeklasten over; 
       4A. Punt 3A. heeft als extra nadeel dat de overgebleven hypotheekrente niet meer 
             aftrekbaar is als de hypotheek al 30 jaar loopt en voor een veel lager belastingtarief
             aftrekbaar is als de aftrek in de eerste belastingschijf valt.
             Verder gaan er politiek steeds meer stemmen op om ook de 'rijkere' gepensioneerden
             extra  te belasten of mee te laten betalen aan de AOW uitkeringen.
             = hierdoor minder netto inkomensvoordeel; 
       5A. De vergrijzing en de teruggang in de reserves bij de pensioenuitvoerders door slechte
             investeringen maken het waarschijnlijk noodzakelijk om de pensioenleeftijd te 
             verhogen.
             = we gaan later met pensioen.  

Zoals u ziet heel wat zorgpunten waarbij er erg aan onze jarenlang onaantastbaar lijkende pensioenvoorziening wordt getornd.

Klaas Kroezen Sr.
Directeur VerzekerVoordelig.nl
 

Reageer:

Reacties:

 

R. van Halm

15 juni 2009 - 23:21
'Jarenlang zelf mijn pensioen opgebouwd d.m.v. een lijrente wat gebaseerd was op het belasting betalen in een lagere schijf vanaf de AOW leeftijd. Tijdens deze opbouw bestond echter de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW nog niet. Nu betaal ik dus 4,8% extra over mijn lijfrente naast de ink. belasting en premie s.v.w., waardoor het lijfrentevoordeel van een lagere schijf grotendeels verloren gaat. Je kan dus beter sparen (tegen minimaal 4%) voor je latere pensioen.'